Koeien

Op de boerderij wonen 2 koeien. Pleuntje en Tindra, beide zijn ze een kruising Blaarkop. 
Hieronder stellen ze zich even voor:

 

Hoi, ik ben Pleuntje en ik ben een kruising Blaarkop. Het ras is al heeeel oud. Het komt uit Nederland en bestond al in de Middeleeuwen. Ik heet een Blaarkop, omdat ik een witte kop heb met ronde zwart of rode vlekken rond mijn ogen.  Deze ronde vlekken heten Blaren. De rest van mijn lichaam is net als de vlekken om mijn ogen rood of zwart. Alleen het puntje van mijn staart, mijn benen en mijn buik zijn ook wit. 

Ik wordt vooral gebruikt als hobbykoe. Dit ras geeft niet zoveel melk als de echte melkkoeien zoals een Holstein Frysian. Ook ben ik niet zo stevig gebouwd, daarom lever ik niet zo veel vlees op. 

 

Meestal krijgen koeien 1 kalfje, maar af en toe kan het voorkomen dat er een tweeling uit komt. Als we klein zijn drinken we melk bij onze moeder en na 4 maanden beginnen we al een beetje met gras eten. 

 

Veel mensen denken altijd dat vrouwtjes koeien altijd een groot uier hebben. Maar als we nog geen kalfje hebben gehad, hebben we echt nog geen groot uier hoor! Daarom worden wij dan nog wel een verward met een stier. Maar dit klopt dus niet. Zodra ons eerste kalfje is geboren, gaan we melk geven en wordt ons uier groter. 

 

Als het koud is en het regent staan wij het liefst lekker op stal. Maar zodra het kan willen wij wel de hele dag lekker grazen op het weiland. We zijn namelijk echt grazers. Ook zijn we herkauwers. Dit betekend dat we het gras zonder te kauwen inslikken. Dan gaan we op een rustig plekje liggen of staan en boeren het eten nog eens op. Dan kauwen we het goed en gaat het ons lijf in. We hebben een hele grote buik. Dit moet ook wel, want we hebben we 4 magen! Ik zal proberen uit te leggen wat die allemaal doen: Als ik op het open veld sta te grazen, moet ik daar zo snel mogelijk weer weg om niet gezien te worden door roofdieren. Daarom slik ik het snel in en komt het in de Pens. Als ik vol zit, ga ik naar een rustig plaatsje en boer het eten op. Dan kan ik het rustig kauwen en gaat het naar de tweede maag, de Netmaag. Deze maag zorgt ervoor dat het eten natter wordt en een soort prop. Dan gaat het door naar de Boekmaag.  Daar wordt het vocht zoveel al kan uit het voedsel gehaald. En als laatste gaat het naar de vierde maag, de Lebmaag. Hier worden stofjes (spijsverteringssappen) aan het voedsel toegevoegd om het nog kleiner te maken en dan wordt het doorgegeven aan de darmen. De darmen halen net als bij mensen, alle stoffen uit het voedsel die in mijn lichaam nodig zijn. Als dit is gebeurt gaan de restjes door naar achter en komen eruit als een hele echte... jawel... koeienvlaai!