Wij zijn de landgeiten van de kinderboerderij: Suus, Rieki, Wietske, Ziggy en Tara. En ook Dirk, onze gecastreerde bok, hoort erbij. Heb je ons al eens gezien? Wij zijn goed te herkennen aan onze grote horens en lange vacht.
Met onze dikke vacht kunnen wij ons goed warm houden. Dat is ook niet zo gek, want onze voorouders leefden vroeger in de noordelijke delen van Europa. Ook in Nederland is zo’n warme jas trouwens erg fijn!
Net als de dwerggeiten houden wij van klimmen en klauteren. We staan graag ergens bovenop om alles goed in de gaten te houden. En eerlijk is eerlijk… ook wij kunnen af en toe een beetje ondeugend zijn!
Vroeger werden wij wel de “melkkoeien van de arbeiders” genoemd. Mensen die geen geld hadden voor een koe, kochten een landgeit. Wij kunnen namelijk goed leven met weinig en hielpen zo gezinnen om toch melk te hebben.
Na de Tweede Wereldoorlog werd ons ras zeldzaam en dreigde het zelfs te verdwijnen. Gelukkig is dat nu niet meer zo, maar we staan nog steeds op de lijst van zeldzame huisdierrassen.
Tegenwoordig worden wij vooral gehouden als hobbydieren of ingezet bij begrazingsprojecten. Misschien heb je wel eens een groep geiten gezien die helpt om een gebied netjes en open te houden!