Schapen

Op de kinderboerderij wonen verschillende schapenrassen. Zo hebben wij het Nederlands Bonte schaap (Lobke en Millie), de Walliser Schwarznase (Sanne en Noa) en de Hampshire Down (Gijsje en Imke). Allemaal zien ze er anders uit, maar het zijn stuk voor stuk vriendelijke schapen!

 

Elk ras heeft zijn eigen bijzondere kenmerken. De Nederlands Bonte schapen hebben, zoals de naam al zegt, mooie bonte vlekken in hun vacht. De Walliser Schwarznase herken je meteen aan hun pluizige uiterlijk, vriendelijke karakter en hun mooie, grote horens. En de Hampshire Down? Dat zijn echte stevige schapen met een stoer uiterlijk, een beetje de “krachtpatsers” van de groep!

 

Heb je wel eens langs een weiland met schapen gelopen en je afgevraagd waarom sommige een gekleurde kont hebben? Dat zie je vooral in het najaar. Wanneer de ram bij de schapen loopt om te dekken, draagt hij een speciaal dektuig. Hieraan zit een dekblok: een stukje gekleurd krijt.

 

Als de ram een ooi dekt, laat het dekblok een kleur achter op haar vacht. Zo kunnen wij precies zien welke schapen drachtig zijn en wanneer we lammetjes kunnen verwachten. Handig hè! Schapen zijn ongeveer 5 maanden drachtig, en daarna worden de lammetjes geboren.

 

Heb je onze wol wel eens goed bekeken? Die voelt een beetje vet aan. Dat is heel handig, want zo zijn we goed beschermd tegen regen en kou. Dankzij onze dikke vacht kunnen wij in de winter gewoon buiten blijven zonder het koud te krijgen.

 

In de zomer hebben we die dikke wol niet meer nodig. Daarom worden we aan het einde van de lente geschoren. Misschien zie je dan ook goed verschil tussen de rassen: sommige van ons hebben bonte vlekken, anderen zijn juist donker of extra pluizig!